Palestina en Colombia – Wereldwijd dezelfde pijn

18/01/21

door Marcela Cárdenas

Die handen

Een paar jaar geleden las ik een artikel over Palestina, aangevuld met indrukwekkende beelden. Er was één beeld dat echt in mijn hoofd bleef hangen: het beeld van een paar handen dat een sleutel vasthoudt, dat een geschiedenis vertelt. Het waren de gerimpelde handen van Kafra, een 117 jaar oude grootmoeder, en de sleutel die ze vasthield was niet zomaar een sleutel.

De gruwel voor het land, over dit land

In 1947 hebben de Verenigde Naties Palestina willekeurig in tweeën gedeeld, waardoor wat nu Israël heet en wat er nog over is van de Palestijnse gebieden is ontstaan. Al heel snel, in 1948, vielen Israëlische troepen met geweld Palestijns land binnen, vernietigde dorpen, stalen land en eigendommen en dwongen meer dan 750.000 Palestijnen tot een ontheemd leven. Het Israëlische leger voerde meer dan 70 slachtpartijen uit, waarbij ongeveer 15.000 mensen werden vermoord. Deze episode staat bekend als de Nakba, een Arabisch woord dat catastrofe betekent, een systemische etnische zuivering[1].

Gezinnen namen alles mee wat ze konden grijpen – de basisbehoeften, de essentiële benodigdheden, alles wat ze dachten nodig te hebben voor onderweg. En daaronder viel iets wat net zo basaal als symbolisch is: de sleutels van hun huis, die de hoop weerspiegelen dat ze terug zouden kunnen keren. Maar nu, 72 jaar later, is die droom nog steeds niet vervuld, wordt dat recht nog steeds genegeerd.

“Als gezinnen vertrekken, zijn het die grootouders die kinderen krijgen – en hun kinderen krijgen kinderen, en die kleinkinderen krijgen kinderen en zo groeit de familie. Als het in 1948 750.000 mensen waren, dan zijn we nu met meer dan 7 miljoen mensen buiten Palestina aan wie het recht wordt ontzegd om terug te keren,” zegt Jaldía Abubakra, een dochter van de Palestijnse diaspora die zoveel hoeken van de wereld heeft bereikt, maar die nog steeds geworteld is in haar oorsprong.

Ik ken Jaldía in haar activisme, ik respecteer haar in haar strijd, ik sta naast haar in haar aanklacht. Ze is een van de oprichters van de Alkarama-Beweging van Palestijnse Vrouwen en in een nostalgisch terugblikken op herinneringen vertelt ze me dat haar familie ontheemd werd tijdens die Nakba van 1948. Ze kwamen uit Beersheba, een stad in het zuiden van Palestina, die met geweld werd geannexeerd door Israël.

Het Israëlische leger viel Beersheba binnen, vernietigde een groot deel van hun grondgebied en verjoeg alle Palestijnse inwoners naar de Gazastrook. Ze koloniseerden de stad en verboden de mensen terug te keren. “Ik ben in Gaza geboren; ik ben al geboren met een vluchtelingenstatus. Door wat er gebeurde in mijn leven moest vertrekken en nu woon ik alweer vele jaren in Madrid in Spanje. Maar ik blijf aan mijn afkomst gebonden, omdat het essentieel is dat ieder van ons, waar we ook geboren zijn, zich bewust is van onze afkomst. Dat is de sleutel om terug te keren: weten waar je vandaan komt, zodat je kunt weten waarheen we terug moet keren. Dat is onze strijd: de terugkeer.”

Ik luister naar haar, terwijl ik denk aan het beeld van die oma en haar sleutel …

Ik moet bekennen dat ik dat beeld nooit ben vergeten. Ik heb een afdruk gemaakt, ik heb die bewaard en ik heb hem nog steeds. Want hoe kun je die handen vergeten? Die handen zijn bekend, die handen heb ik eerder gezien, die heb ik eerder gekust. Dit verhaal dat Jaldía vertelt … hoe zou dat niet in mij kunnen resoneren. Dat zijn de verhalen van zoveel vrienden die ik heb gekend die hun leven met mij hebben gedeeld en die op een dag moesten vluchten voor de vervolging van de terreur. Dat is hun verhaal en het verhaal van meer dan zeven miljoen binnenlandse ontheemden als gevolg van het gewapend conflict in Colombia[2].

Palestina ligt zo ver weg, maar de pijn is zo bekend

Het was 24 december toen Gloria Amparo, een mensenrechtenverdediger in Colombia en lid van de People’s Women Organization (OFP – Organisatie van Vrouwen van het Volk), een telefoontje kreeg.

Het was haar buurvrouw, helemaal van streek: “Mamacita, wees voorzichtig, mamacita, maakt dat je weg komt. Er zijn vijftien mannen in María’s huis en zij hebben haar echtgenoot vastgebonden, en bij Flor, de buurvrouw aan de andere kant, gebeurt precies hetzelfde en ze hebben haar zoon om de hoek gepakt … Maak dat je weg komt, de paracosmamacita, de paracos zijn de huizen van de buren binnengevallen. Maak dat je weg komt, want ze zullen jou en je kinderen pijn doen.” 

Ze herleeft wat er gebeurde en raakt weer emotioneel. Ze probeert me mee te nemen terug in de tijd, maar ik weet niet meer of die terreur in Palestina of in Colombia was. Misschien is dat ook niet relevant als je het hebt over vluchten, over je huis verlaten.

“Ik greep drie tassen en het eerste wat ik erin gooide waar de kerstcadeaus van mijn kinderen, want het was de kerstavond. En ik propte er de nieuwe kleding voor mijn kinderen in en een paar andere dingen. Op dat moment kwam mijn man thuis die boodschappen was wezen doen; ik gooide meteen de deur dicht en zei: ‘Pedro, we moeten gaan.” Hij keek me aan en zei: “Wat is er gebeurd?” En ik zei, wijzend naar de huizen van de buren: “De paracos zijn daar en daar.” We vertrokken op de motor, hij hield een kind voor zich en ik hield ons andere kind vast, de drie tassen en de boodschappen. 

“We probeerden terug te komen, maar de paramilitaire commandant van het gebied zei dat hij niet zou toestaan, dat we moesten kiezen tussen leven of sterven. Dus gaven we onze huissleutels aan een buurman bij een benzinestation en vroegen hem om alles voor ons in te pakken. Pedro ging er de volgende dag in alle vroegte met een vrachtwagen heen, als een dief, om ons eigen huis leeg te halen en alles mee te nemen. Ik had mijn huis nooit willen verlaten, het betekende heel veel voor mij, al vonden anderen het niet veel soeps. Ik hield van de patio, omdat mijn kinderen daar veilig waren en gelukkig; die patio was hun speelplek. Voor mij was het het mooiste paleis, maar ik kon nooit meer terugkeren,” zucht Gloria en ze probeert in stilte haar tranen te verdringen.

Volg de route van de sleutels

Drie jaar geleden, toen ik de weg volgde die de sleutel had gebaand, kwam ik terecht in het Yasser Arafat Museum in Ramallah; ja, in Palestina zelf. Daar zag ik de historische sleutels ter herinnering aan de Nakba; sleutels van andere Kafra’s, van die andere grootmoeders, van die andere verhalen. Dezelfde route leidde me naar Gloria voor een gezamenlijk bezoek aan The House Museum of Memory and Women’s Rights (Het Huismuseum van Herinnering en Vrouwenrechten) in Barrancabermeja, Colombia, een land dat ook pijn heeft gekend.

Opgaand in een route van 1001 verhalen door het hele museum heen, vond ik waarnaar ik zocht, of misschien – dat geloof ik liever – vond het verhaal mij. Het is het verhaal van de sleutels van de vrouwen van de OFP. Eerlijk gezegd had ik nooit gedacht dat ik in een museum voor een andere set sleutels zou staan die symbool staan voor verdriet, maar ook voor het gevecht dat weigert te sterven.


Yasser Arafat Museum, Palestina

Marcela Cárdenas House Museum
of Memory and Women’s rights, Colombia

De sleutels of het huis

“In de ochtend van 27 januari 2001, kwamen de paracos bij het [OFP] Vrouwenhuis en voegen om de sleutels. De aanwezige vrouwen zeiden dat ze de sleutels niet hadden, dat de coördinator de sleutels had, dus gaven ze ons tot één uur ‘s middags de tijd om het huis te verlaten en de sleutels over te dragen, omdat ze dat huis wilden hebben.”

Diezelfde dag gaven de paramilitairen de mensen in de wijk Pablo Acuña twee uur de tijd om hun huizen te verlaten, anders zouden ze worden vermoord. Wat deze paramilitairen niet hadden kunnen weten was dat om drie uur ‘s middags op het moment dat het huis leeg zou moeten zijn – het huis waarin een eetzaal was gevestigd voor de gemeenschap, waar muziek- en kunstworkshops voor de jeugd werden gegeven en trainingen voor vrouwen met een laag inkomen – dat datzelfde huis precies op dat moment zou veranderen in een humanitair opvanghuis voor achttien gezinnen, meer dan honderd mensen met de inhoud van hun huis waaronder honden, katten en kippen. Het huis kreeg dus een andere dimensie en de vrouwen besloten de sleutels niet af te geven.

Maar (er is altijd een vervelend ‘maar’) omdat we de sleutels niet hadden overhandigd, begonnen de dreigementen dat ze het huis op zouden blazen, en ze kwamen inderdaad schietend om het huis heen om de mensen angst aan te jagen. We stonden om de beurt op wacht samen met de internationale organisaties die ons steunden en we hebben ons verzet. 

Een ander huis, een andere bestemming

Het gebeurde op 11 november 2001 … 

“De vrouw die me hielp met de kinderopvang belde me en zei: ‘Gloria, ze hebben het Vrouwenhuis gestolen.’ Ik vroeg haar: ‘Zijn dieven binnengekomen om te roven?’ En zij zei: ‘Nee, ze hebben het gestolen, ze hebben helemaal meegenomen.’ En ik zei tegen haar: ‘María, ik begrijp het niet, wat bedoel je?’ Ze probeerde het uit te leggen: ‘Gloria, ze hebben het meegenomen, we hebben niet geslapen, de hele nacht door waren ze aan te hameren, mijn man kon zelfs niet thuiskomen en was gedwongen elders de nacht door te brengen want hij mocht de wijk niet in. Ze hebben het huis gestolen.’ Maar zelfs toen kon ik het niet begrijpen.”

Gloria ging samen met andere vrouwen kijken wat er was gebeurd en – natuurlijk! – hoe had Gloria ook kunnen begrijpen of zich voor kunnen stellen dat meer dan dertig mannen ‘s nachts het huis met pikhouwelen en schoppen waren komen afbreken. Ze namen zelfs het puin mee en lieten niets anders achter dan de waterleiding en het rieten dak dat nu op de grond lag. Ze vernielden alles, verzamelden alles en namelijk alles mee.

In reactie hierop is de OFP de sleutels-campagne begonnen met de verklaring:

Mijn lichaam is mijn huis, mijn huis is mijn territorium. Ik geef de sleutels niet af.

Sleutels zijn voor het leven, voor vrede, en niet voor projecten van de dood.

Sleutels zijn verzet.



OFP-archief Het Vrouwenhuis in de noordelijke zone, voor en na de vernietiging door de paramilitairen in 2001.

De musea: herinneringen, strijd en nalatenschap

Wanneer een fysieke structuur wordt vernietigd, is het de bedoeling om alle sporen van het bestaan uit te wissen, het leven te beëindigen, de waarheid te laten verdwijnen, het gevecht te laten stoppen en de hoop te overstemmen. Maar in het verzet realiseer je je dat de ware hoeksteen niet bestaat uit de fundering of het beton. Wat dat huis in essentie bij elkaar hield, was de voortdurende strijd, ook al is er fysiek niets anders overgebleven dan de sleutels in de musea.

Net als musea zijn verhalen er niet een parallel universum te creëren, noch om een verre en vreemde realiteit over te brengen; ze zijn gemaakt om levens met elkaar te verweven, om het collectieve geheugen te verbinden in een gevecht tegen de vergetelheid. Voor mij bewaren deze musea het geleefde geheugen, het bewijs van de kracht die wordt gebruikt om te vechten en de permanente inspanning om de nalatenschap te erven.

De sleutels mogen dan rusten in de musea, de strijd zal buiten hun deuren voort blijven gaan.





Symbolen en meer

“De sleutel is niet per se de materiële sleutel; het zijn de herinneringen. Als ik bij mijn familie ben, zit ik met opzet bij de oudsten die me vertellen hoe ze op ons land leefden, over de tradities, over het landschap. We bewaren onze traditionele Palestijnse borduurkunst, de kiffiya, onze manier van spreken, de dansen, de oude folkloreliederen die we blijven leren en schrijven, zodat ze niet verloren raken. Dus de sleutel is wat je in je geheugen bewaart en die kennis van je afkomst, want het is niet de fysieke sleutel die je zal toestaan om terug te keren; de sleutel is je strijd om terug te keren, al het werk en het activisme, dat is de sleutel om terug te keren.”

Inderdaad, deze sleutels, nu symbolen van verzet, zijn niet bedoeld om letterlijke deuren te openen, maar de deuren van waardigheid en het herwinnen van het recht om te zijn en te blijven op die plaats waar dromen al die jaren hebben geleefd. Maar dit zal niet gebeuren gewoon omdat het symbolen zijn geworden. Voor Gloria bijvoorbeeld, moet de symboliek gepaard gaan “met overtuiging en liefde voor waar je in gelooft”, waaraan Jaldía toevoegt: “ze moet gepaard gaan met voortdurend werk, veel geduld, verzet en veerkracht”. 

Historische nalatenschap, hun sleutels

Voordat ik afscheid nam van ieder van hen vroeg ik. Wat hun eigen sleutels zijn als een historische nalatenschap, omdat ik overtuigd ben van generatie verandering en de goede weg die al gebaand is. Daarom is de wijsheid van de vrouwen die strijden de nalatenschap van hen die deze willen beërven, en zou dat ook moeten zijn.

Gloria’s nalatenschap: “Ik laat hetzelfde na als wat ik mijn kinderen vertel: de leer van de liefde. Liefde voor wat we hebben, liefde voor het land, de overtuiging om altijd te handelen overeenkomstig met de minderbedeelden, rechtvaardig zijn. Omdat dingen alleen betekenis hebben en heel belangrijk zijn als ze anderen dienen.”

Jaldía’s nalatenschap: “De liefde voor de strijd, de liefde voor Palestina, de kennis van onze tradities, onze cultuur, onze beschaving. Mijn hoop ligt bij de jongeren, bij het lessen van de generaties en de kennis die nooit eindigt.”

Ook al hebben ze elkaar nooit ontmoet, ook al hebben ze elkaar nooit omarmd, de waarheid is dat we elkaar vandaag verstaan. Tot onze vreugde.

Dit zijn nog twee verhalen van strijd, verbonden in zusterschap waardoor de grenzen tussen hen vervagen.





Oorspronkelijk bericht



Tags: , , , , ,

Facebook icon Twitter icon

Inschrijven nieuwsbrief

Reacties

Geef een reactie